UITLEG EN VERKONDIGING (zondag 3 juni 2018 – OCP)door ds Richart Huijzer

 

UITLEG EN VERKONDIGING

 

(zondag 3 juni 2018 – OCP)

 

Tekst: Deuteronomium  26: 5-11 en Marcus 2:23 – 3:6

 

Gemeente van onze Heer,

 

Twee weken geleden verscheen de langverwachte biografie van Thorbecke van de Nijmeegse hoogleraar politieke geschiedenis Remieg Aerts. Het lezen van politieke biografieen is een hobby van me. Je komt dicht bij een tijdsbeeld, mensen uit het verleden gaan voor je leven en je ziet hoezeer het leven en denken van zelfs de grote figuren bepaald wordt door hun tijd. Je komt tot een vorm van verstaan die dieper gaat dan wat tijdgenoten kunnen doorgronden. Veel historici vonden de biografie eigenlijk maar niks, het zou gaan om structuren, klassen, en conjuncturen, dus om sociale verbanden. Individuele mensen zijn in een dergelijke opvatting van geschiedschrijving niet meer dan een laagje stof aan de oppervlakte van de tijdlagen van de geschiedenis. Mensen zijn in die opvatting niet historisch relevant. Het gaat om het denken in groepen. Voor het persoonlijke is geen plaats….. Mooi is dat Aerts in dit debat positie kiest. Hij laat zien dat relaties tussen personen wel degelijk van belang zijn en dat grote persoonlijkheden – als ook de ondoorgrondelijke en imposante verschijning van Thorbecke-  niet alleen ‘kind van hun tijd’ zijn maar ook vormgever van hun tijd.

 

In de christelijke traditie is een sterke stroming die deze gedachtenlijn van de waarde van een individuele persoon als het ware uitvergroot. Het is de individuele mens die er toe doet. Ik heb je bij je naam geroepen ‘Adam, waar ben je?’ Ook de namelozen komen aan het woord, hen die vervolgd worden in oorlog na oorlog, de verdrukten , de hongerigen, hen die lijden. Heer, herinner U de namen. …  Zo zijn het niet alleen de hele grote, formidabele geesten als Thorbecke en diens tijdgenoot en grote tegenstrever Floris Adriaan van Hal, die Thorbecke in 1853 opvolgde als minister-president en in politieke stijl diens tegenpool….maar zijn het alle mensen die er toe doen, die het verdienen gezien te worden.

 

Met deze ogen kijkend zouden we de Farizeen kunnen zien als vertegenwoordigers van groepsdenken. Dat klopt ook wel want het woordje ‘Farizeeer’ is afgeleid van het Hebreeuwse ‘perusim’, wat zoveel betekent als ‘apart gezet’ . In de groep lag hun kracht. Strikte navolging van de wet en de overgeleverde mondeling interpretatie, die later in de Misjna  werden vastgelegd, was voor hen van levensbelang. De paradox  van hun levensstijl was dat ze graag de zogenaamde ‘gewone man’ wilden bereiken maar daar juist door hun strikte observantie en regelzucht van verwijderd raakten.  Het  zien van de individuele mens vergt dat je de gehechtheid aan regels, structuren en voorschriften kan relativeren. Want die benemen het zicht op wie iemand is. De farizeeën zagen met lede ogen aan dat Jezus de sympathie van het volk juist verkreeg door de voorschriften en regels te bevragen op hun werkelijke betekenis en door altijd de nood van een individuele mens boven de regel te stellen. Er wordt door Jezus ruimte gemaakt. Het kostbare graan van de akkers wordt gebruikt om brood te worden, ook op de sjabbat. De heilige broden uit de tempel worden gegeten als er honger is en met gulle hand uitgedeeld. De regels worden teruggebracht tot hun werkelijke bedoeling er te zijn om het aardse leven goed te maken en niet in de weg te staan.

 

Werkelijk fascinerend is het om de strijd tussen Thorbecke en Willem III door Aerts beschreven te zien worden. Voor de hele entourage van de vorst had hij weinig ontzag. Hij ging de confrontatie aan met talloze ongeschreven regels en gewoonten waaraan Willem zo zeer hing en perkte zijn macht stap voor stap in tot het door hem en zijn kabinet vernieuwde staatsbestel uiteindelijk de macht van de koning aan banden legde en de weg effende voor een constitutioneel, democratisch staatsbestel. Hij besefte ook bij de scepsis die hij aantrof bij de start van zijn eerste kabinet  toen hij de beroemde woorden ‘wacht op onze daden’ uitsprak dat hij moest handelen. Daarbij moeten we natuurlijk beseffen dat Thorbecke ondanks zijn indrukwekkende veranderingsgezindheid geen democraat was in onze moderne zin. Daarvoor was ook hij te zeer een kind van zijn tijd.

 

Hoe is dat met ons? Ik denk precies zo of eigenlijk veel meer nog zo. Wij denken vaak een breed en goed overzicht te hebben over onze eigen tijd en denken vaak goed te handelen. Maar goed beschouwd is dat onmogelijk. Je staat er simpelweg te dicht boven op. En te vaak zijn we net als de Farizeen met zeer goede bedoelingen verblind door onze eigen analyses en ideeen. En hoe vaak verheffen we ons niet onbedoeld innerlijk boven anderen en kijken we met een zeker dedain neer op anderen die in onze ogen minder goed weten hoe het allemaal zit in de wereld. Voor je het weet en beseft is dat zo. Om je eigen handelen en denken te verstaan, om je eigen biografie te begrijpen is echter afstand nodig.

 

Van niemand van ons zal een biografie worden geschreven. Wij horen bij het grote koor van namelozen dat de geschiedenis door marcheert. Dat besef kan als je er zo bij stil staat een verpletterende en moedeloos makende nietszeggendheid bij je oproepen dat je helemaal lam legt.  Maar dan zijn we gevangen in het beeld van de geschiedenis dat sommige historici aanhangen. Dat beeld waarin een mensenleven er niet toe doet. De biografie van een leven doet er echter wel degelijk toe.

 

Het is Jezus van Nazareth die naar ons toe kwam om met ons te leven. Tussen alle mensen in. Die kwam om onze tranen te drogen, de tranen van mensen die verslagen zijn, de harten te helen van hen die gebroken zijn. Hij die naar ons toekwam. Om brood te worden voor vandaag en alle dagen. Hij maakte mensen vrij, richtte hen op. Genas gebrokenheid en gaf weer hoop. Het lot een mens te zijn heeft Hij ten einde toe gedragen. Zo bleef Hij voor ons geen vreemde, geen onbekende. Maar kreeg Hij een gezicht, en leerden wij de Liefde kennen.

 

Zo keert Jezus zich vandaag in de mens met de verschrompelde hand tot ons. Tot ieder van ons. Het is ons die Hij aanspreekt als hij zegt ‘Kom in het midden staan’. Het is U en mij die Hij vandaag toespreekt als Hij zegt ‘Strek je hand uit’ . Het is aan ons, aan U en mij om onze hand te geven. Laten we ons telkens herinneren wat het betekent om zo aangeraakt te zijn. Zo te mogen wonen in een land van melk en honing brengt verplichtingen met zich mee. Niet omwille van regels, maar gedreven door een brandend hart  mogen we delen  van de vruchten van het land. Het is nu aan ons om in de voetsporen van Jezus te gaan en het kostbare graan van de akkers te  gebruiken om brood te worden, ook op de sjabbat.  Het is nu aan ons om de heilige broden uit de tempel met gulle hand uit te delen om mensen in leven te houden. Het is nu aan ons om de regels terug te brengen tot hun werkelijke bedoeling:  er te zijn om het aardse leven goed te maken en niet in de weg te staan.

 

Dat betekent dat U en ik er toe doen. Onze biografie wordt geschreven door de Eeuwige. Ieder van ons staat in het midden. Wij zijn geen laagje stof aan de oppervlakte van de tijdlagen van de geschiedenis. We zijn gezien, geliefd, gewild. We doen er toe. Dat vraagt van ons een antwoord.

 

En er is nog een aspect. Wij zijn elkaar gegeven. Jezelf doorgronden is ontzettend moeilijk.  De juiste wegen vinden lastig. Samen, als lichaam van Christus kunnen we dat beter. Schrijven wij met elkaar aan elkaars biografie, het verhaal van de wereldwijde gemeenschap rond Christus. Samen verstaan wij de tekenen van de tijd beter. Met elkaar vormen wij een kostbaar brood. Bedoeld om te breken en te delen.

 

De Eeuwige wacht  op onzedaden.  Laten wij ook vormgevers van onze tijd mogen zijn. Een teken van liefde … Recht doen aan de verdrukte, de hongerige, de dorstige, de vreemdeling ….

 

Strek Uw hand uit …

 

Amen