Preek Pinksteren Joël 3: 1-5, Hand 2:1-11 en Joh 20: 19-23 – OCP 9 juni2019

Gemeente van Christus,

Heeft u wel eens het gevoel gehad: hier is de Heilige Geest aanwezig? En weet u nog wanneer dat was, en waar? Als u die ervaring heeft hoeft u daar waarschijnlijk niet lang over na te denken – zo’n ervaring blijft je bij. Ik heb zelf dat gevoel wel eens in pastorale gesprekken. Dat er iets gebeurt, meestal bij de ander of in het contact tussen ons, waar ik niet op bedacht was, wat ik ook niet tot stand kan brengen, wat ons overkomt, wat verrassend is en heilzaam. Dat er opeens licht doorbreekt. Of dat dat hele moeilijke opeens toch te dragen blijkt. Als zoiets gebeurt heb ik het gevoel dat dat te maken heeft met “de derde in het gesprek”. Dat is de titel van een boek over pastoraat dat hierover gaat. De derde in het gesprek, dat is de Heilige Geest – onzichtbaar maar werkzaam aanwezig, als een heilzame kracht.

Dat vieren wij vandaag – het geschenk van de Heilige Geest. Uitgestort op de eerste gemeente en daarna op heel veel anderen. Dat is Pinksteren.

Pinksteren is eigenlijk een Grieks woord, en het betekent 50. 50 dagen na Pasen. Beter gezegd: de 50edag van Pasen. En dat betekent: de voltooiing van Pasen. Dat vieren wij vandaag: de voltooiing van het Paasfeest. Nu is het feest helemaal compleet! De opstanding van Jezus en het geschenk van de Goede Geest horen bij elkaar – het is immers de Geestdie levend maakt! In de paasnacht die ene mens, en op de Pinksterdag al die anderen. Pinksteren staat dus niet op zichzelf, maar hoort helemaal bij het Paasfeest. Als de leerlingen van Jezus in het Pinksterverhaal door de kracht van de Heilige Geest spreken over “de grote daden van God”, dan gaat het over Pasen, over de wonderlijke gebeurtenissen in de Paasnacht, over de opstanding.

In het oude Israël was Pinksteren ook al het feest van de voltooiing. Om te beginnen van de gerste-oogst nl.: de oogst van het gerst was met Pasen  begonnen, en was met Pinksteren voltooid. En vervolgens werd het ook het feest van het ontvangen van de stenen tafelen met de 10 geboden. Sjavoeot – wekenfeest, zo heet Pinksteren bij de Joden. En toevallig is het dit jaar ook voor de joden juist vandaagPinksterfeest. Sjavoeot. En de moslims hebben toevallig deze week ook iets bijzonders: de voltooiing van de Ramadan in het Suikerfeest. Groot feest. Zo heeft een groot deel van de wereld in deze tijd wat te vieren – al zijn het dan ook verschillende dingen.  

Wij vieren Pinksteren. In het boek Handelingen wordt het verhaal heel anders verteld dan Johannes doet in zijn evangelie. Dat hebt u net gehoord. In het verhaal van Johannes zitten de leerlingen bij elkaar, en nog ongeveer 120 mensen, staat er eerder in de tekst. Dit is een samenkomst van de eerste gemeente! En het is de avond van de eerste dag van de week.  Dat is de avond van de dag waarop Maria vroeg in de morgen de Opgestane ontmoet had, in de tuin, en Simon en de andere leerling  het lege graf hadden gezien. En nu zitten ze bij elkaar, niet wetend wat te geloven, bang voor de Joden, deuren dicht. En dan komt Jezus in hun midden staan – juist als je bang bent en het niet weet kan het zijn dat Jezus opeens naast je staat. Misschien in hoogst eigen persoon, misschien op een andere manier.  De Opgestane heeft ook grondpersoneel!

Toen Maria in de vroege morgende Opgestane ontmoette, was het Pasen, en nu de gemeente in de avondde Opgestane ontmoet, is het Pinksteren. Pasen kan niet bestaan zonder Pinksteren. De individuele ervaring kan niet bestaan zonder de gemeenschap. Veel mensen denken dat wel, en zeggen dat ook: ik kan prima geloven op mijn eentje, daar heb ik de kerk niet bij nodig. Maar Johannes zegt: ze horen bij elkaar, de ervaring of het geloof van de enkeling en de ervaring of het geloof van de gemeenschap horen bij elkaar. Het een is ingebed in het ander. Het een kan niet zonder het ander. Daarom doen wij er goed aan hier samen te komen, om samen te vieren en te bidden en te luisteren naar de Schrift en Brood en Wijn te delen.

En dan blaast Jezus op hen en zegt: ontvang de Heilige Geest! Zoals God in den beginne Adam de adem inblies, zo blaast de Opgestane de Heilige Geest in de harten van de gemeenteleden. Hij blaast niet alleen op Maria of op Simon of op de leerlingen, nee: allen die daar zijn ontvangen de Heilige Geest. Dat is het nieuwe van Pinksteren: allen ontvangen de Heilige Geest, niet alleen een select clubje.

De scheidslijn tussen het selecte gezelschap van leerlingen van Jezus, en de grotere groep die Jezus volgde, valt hier weg. Het verschil tussen meer nabij of meer op afstand van Jezus doet er kennelijk voor de Geest niet toe. Dicht bij Jezus leven of wat meer op afstand: de Goede Geest van God, de Heilige Geest, die is er voor iedereen. Overvloedig. Ruimhartig. Zoals Joël ook al geprofeteerd had: zelfs over slaven en slavinnen zal de Heilige Geest uitgestort worden, ja over al wat leeft! En daar horen wij zelf dus ook bij!

Die Geest die wordt uitgestort maakt levend, die schept vreugde, die maakt vrijmoedig, die is te herkennen waar leven opbloeit, waar mensen uit zijn op het behoeden van elkaar en op het behoud van de schepping. Waar die dingen gebeuren, daar is de Geest – Marijke Koijk – de Bruijne zegt het zo in haar lied:

Onzichtbaar zoals adem is

woont Gods Geest in ons midden

als levenskracht die bouwt en bruist

en zichtbaar maakt wat in ons huist

aan leven, liefde, zingen.

De Geest van God is overal

waar mensen Haar herkennen

Zij ziet ons door de ogen aan 

van hen die helpend naast ons staan.

Zij gaat door heel de schepping.     [Eva’s Lied 1984 nr 28]

Er valt nogeen scheidslijn weg: na de uitstorting van de Geest verstaan al die buitenlanders die in Handelingen worden genoemd, opeens wat er gezegd wordt, ieder in zijn of haar eigen taal. Hier gebeurt het tegenovergestelde van wat er rond de toren van Babel gebeurde: daar begonnen ze met allemaal een en dezelfde taal en  verstonden de mensen elkaar opeens helemaal nietmeer, hier in Handelingen hebben ze nooit één taal gesproken maar verstaan ze elkaar, tot hun eigen verbijstering, opeens wel

God wil kennelijk die ene taal niet meer, het zijn juist de onderlinge verschillen, de veelkleurigheid en de variatie die hier gevierd worden. De ene mens is geen verlengstuk van de andere mens. Juist het anders-zijn van de ander is waardevol. 

Zo leert ons de Geest: het anders zijn van degene die naast je zit is voor jezelf ten diepste een geschenk. Aan die ander mag ik ontdekken wat mij nog onbekend was. Over God, over mezelf. Makkelijk is dat niet, wij worden meestal gestuurd door angst of afkeer voor wie of wat anders is dan wijzelf. Er is Goede Geest voor nodig om ons daarvan vrij te maken, om zo samen te kunnen leven, om elkaar te beleven als bron van verrijking, juist in dat anders zijn. Anders zijn als personen, anders zijn in de manier waarop we geloven, anders zijn in de manier waarop we handelen. En elkaar toch herkennen als broeders en zusters. Waar dat gebeurt, daar is de Geest – onvermoeibaar aansturend op ontmoeting: open, liefdevol, en zonder oordeel. 

En wat een geluk dat het bij de Geest gaat om neerdalenen niet om neerhalen. Het enige wat wij hoeven doen is ons openstellen voor die Geest, en ruimte maken, zodat Zij ook bij ons neer zal kunnen dalen en haar zegenrijke werk zal kunnen doen, samen met ons! Amen. 

Anneke de Vries