Preek Joh 14:23-29 en Joel 2:21-27 26 nmei 2019 OCP

Gemeente van Christus,

Veranderingen. Afscheid nemen. Grenssituaties. Het leven is er vol van. Soms zijn het positieveveranderingen, je begint een nieuwe levensfase waarnaar je hebt uitgezien, of je mag afscheid nemen van een bepaalde levensfase, en dat schept ruimte voor nieuwe dingen. Soms ben je blij dat je afscheid kunt nemen van bepaalde mensen. Maar het kan ook andersom: dat je met pijn in het hart afscheid neemt van iemand of van een situatie, of van je huis, of van een taak.

De leerlingen in het Evangelie moeten zo langzamerhand afscheid gaan nemen van Jezus, van hun dagelijkse omgang en rondtrekken met de man die hen zoveel gegeven heeft. Die hen op een nieuw spoor heeft gezet in hun leven. Die hun hele leven veranderd heeft en perspectief gegeven heeft. 

Jezus is nog samen met zijn leerlingen, maar het net sluit zich steeds nauwer om hem heen. Er zijn mensen die Hem niet langer verdragen, die hem op willen pakken en willen laten veroordelen. En dat is dan ook inderdaad gelukt. En hier praat Jezus met zijn leerlingen, want Hij weet, hoe moeilijk het voor hen zal zijn zonder Hem achter te blijven. Zonder zijn lijfelijke aanwezigheid hun weg verder moeten zoeken. En daarin herkennen we onszelf.

Maar van `verweesd achterblijven’ is geen sprake. De Vader zal de heilige Geest sturen. De `pleitbezorger’ staat in onze vertaling, de Parakleet, maar ik zou eerder zeggen: de Helper, degene die erbij geroepen wordt – om te helpen. Het is de Geest die over de wateren zweefde, die Abraham riep zijn vaderland en moederhuis te verlaten, die Mozes riep weg te trekken uit Egypte, die David liet zingen, die Joël liet profeteren en die Jezus overeind heeft gehouden ten einde toe. Die Geest, die Helper, zorgt er nietvoor dat problemen verdwijnen – helaas – , die Geest helpt ons overeind te blijven inde problemen. Die Geest laat ons zingen in de nacht.   

Die Geest schept vergezichten zoals bij Joël: akkers die bloeien, dieren die niet mishandeld worden, bomen die door bijen bevrucht worden, voldoende regen – niet teveel en niet te weinig – op de goede tijd. Inmiddels is het zover gekomen dat zelfs natuur- en landbouwbeelden ons iets zeggen, mij tenminste wel, terwijl ik mijn hele leven al in steden woon.

Die Geest komt naar ons toe. De Helper. Die ons helpt in de geest van het Evangelie te leven. De moed niet te verliezen als daar wel alle aanleiding toe is. Tegen de klippen op te blijven leven in geloof, hoop en liefde.  

=======

En dat is niet het enige. Jezus geeft nog iets: vrede. Niet: een vredig leven. Maar: vrede. Vrede is weet hebben van een onderstroom in je leven, waar je aanvaard bent en welkom. Precies zoals je bent, met alle scheuren en breuken en duisternis. Waar de liefde van de Eeuwige naar jou uitgaat. Geen hoogte of diepte kan je daarvan scheiden. Weet hebben van die onderstroom, waar je aanvaard bent en welkom bij de Eeuwige. Dat is vrede. En dan kan het er heel turbulent aan toe gaan in je leven, sommige leerlingen van Jezus zijn bijvoorbeeld op een heel ellendige manier aan hun einde gekomen, maar die vrede blijft. Wie ook over vrede schrijft is Dietrich Bonhoeffer, die Duitse theoloog die betrokken was bij de aanslag op Hitler, daarvoor gevangen is gezet en opgehangen. Het is nu 75 jaar geleden dat hij in de gevangenis teksten schreef. Hij schrijft dan bijvoorbeeld over zichzelf: “In goede machten liefderijk geborgen, verwachten wij getroost wat komen mag. God is met ons des avonds en des morgens, is zeker met ons elke nieuwe dag.” Als je kijkt naar wat voor ogen was, dan was hij helemaal niet omgeven door goede machten, hij was omgeven door uiterst kwaadaardige machten, die hem later ook vermoord hebben. Maar in zijn tekst merk je dat hij weet heeft van die onderstroom. Dat is vrede. Met die vrede kun je het uithouden met de tegenslagen in je leven, blijf je ondanks alles overeind. 

============

Jezus belooft zijn leerlingen nog iets – de derde gave: Wanneer iemand Jezus liefheeft en zijn woord ter harte neemt, zullen de Vader en de Zoon bij hem of haar komen wonen. Bij iemand wonen, dat is heel dichtbij, een grotere nabijheid is bijna niet denkbaar. Als je ervaring hebt met het samenwonen met een ander dan weet je dat. In zo’n situatie weet iemand heel veel van je, en heb je heel nauw contact. Soms wordt het zelfs teveel, dan gaan mensen weer uit elkaar. De Vader en de Zoon kunnen dus ook bij je komen wonen, zegt Jezus. Hier is niets te merken van een hoogverheven en ver verwijderde God, onbereikbaar voor wie tot Hem roept. Dat is misschien veel vaker onze ervaring. Wat Jezus hier zegt over God heeft iets heel vertrouwds en dichtbijs. 

Ik moest denken aan dat gedicht over die voetstappen. Patiënten in het ziekenhuis laten dat nogal eens aan mij zien. Als in een droom ziet iemand twee voetsporen naast elkaar lopen, het spoor van het eigen leven, en de voetstappen van God. Totdat er een moeilijke tijd aanbreekt. Dan blijft er maar één spoor over. Waar was U, God? En dan zegt God: Kijk eens goed, die voetstappen zijn de jouwe niet, in die tijd was Ik het die jou droeg…  Zo woonde God bij deze mens en droeghem of haar af en toe. Als iemand over dat gedicht vertelt is dat eigenlijk altijd omdat die ervaring van gedragen te worden door God in een tijd dat het echt niet ging, zijn of haar eigen ervaring is geworden. Meestal tot iemands eigen verwondering. Zo kan dat gaan. Als je Jezus liefhebt en zijn woord ter harte neemt,  komen de Vader en hij bij je wonen, en dan kan de Vader je soms ook een poosje dragen.

Deze drie gaven, de Geest, dat is de Helper, en vrede, en de inwoning van de Vader en de Zoon, belooft Jezus zijn leerlingen, vlak voordat Hij hun gaat verlaten. En ik geloof dat ook wij die gaven mogen ontvangen. Vandaag, in deze week van Hemelvaart, op weg naar het Pinksterfeest, en alle dagen van ons leven. Amen.

Anneke de Vries