Je Roeping vinden in de woestijn. Preek van zondag 9 december 2018

Jan van Hooydonk, Oecumenisch Citypastoraat, Nijmegen,

9 december 2018, ‘Je roeping vinden in de woestijn’, Maleachi 3,1-5[NBV], Lukas 3,1-6 [Oosterhuis van Heusden]

 

Keizer Tiberius, landvoogd Pontius Pilatus, viervorsten Herodes, Filippus en Lysanias, hogepriesters Annas en Kajafas: het evangelie dat wij zojuist hoorden, noemt ze allemaal op, de machthebbers die omstreeks het jaar 28 na Christus het politieke en religieuze gezag in Palestina uitoefenden. Alles welbeschouwd, zusters en broeders, vormen deze namen een triest rijtje. Een van de titels van keizer Tiberius was weliswaar ‘sootèr’ – dat wil zeggen: verlosser – maar in feite was Tiberius een ongekend wrede heerser. Landvoogd Pontius Pilatus en de hogepriesters Annas en Kajafas zullen we later in het evangelie weer ontmoeten. Pilatus was als bestuurder een slappeling, Annas en Kajafas waren opportunisten. Pilatus, Annas en Kajafas spelen een kwalijke rol in het proces dat leidt tot de gerechtelijke executie van Jezus.
U herkent bij uzelf wellicht mijn gevoel: voor de zoveelste keer heeft een bepaalde wereldleider weer eens een hatelijke tweet de wereld in gestuurd, voor de zoveelste keer heeft de aanvoerder van een bepaalde politieke partij weer eens een stuk rood vlees in de arena geworpen. De pers meldt het ons steeds weer in geuren en kleuren, maar als kijker en lezer vind ik dat het met de aandacht van de media voor zulke figuren soms wel wat minder mag. Kunnen we hun namen wellicht niet, al is het maar voor even, vergeten?
Het politieke establishment in de persoon van Tiberius en zijn vazallen, het religieuze establishment in de persoon van Annas en Kajafas, de hoorders van het evangelie zouden hun namen wellicht liever willen vergeten – net zoals wij bepaalde namen liever zouden vergeten – maar Lukas snijdt hen de pas af. Hij vermeldt hun namen nadrukkelijk wél. Wat het evangelie ons daarmee wil zeggen is dat de geschiedenis van het heil, de komst van het Koninkrijk Gods, niet losstaat van de heersende machtsverhoudingen. Verlossing voltrekt zich volgens het evangelie namelijk niet alleen in ons innerlijke leven, maar juist ook op en tegenover het toneel van de wereldgeschiedenis. Bevrijding begint altijd hier en nu, midden in onze politieke en sociale werkelijkheid. Wij ontkomen als gelovigen dus ook niet aan het maken van keuzes hier en nu.
Vandaag dus, zusters en broeders, begint volgens het evangelie de verlossing van onszelf en van onze wereld. Of niet natuurlijk, wanneer we niet de juiste keuzes maken.

Het evangelie snijdt ons om zo te zeggen de pas af als we ons willen overgeven aan escapisme. Onze kop in het zand steken –  struisvogelpolitiek noemen we dat ook wel – zal ons niet verder helpen. Het evangelie nodigt ons voortdurend uit tot realisme. Zie de situatie nu eens eerlijk en open onder ogen, zegt het evangelie ons.
Mij persoonlijk lijkt het overigens raadzaam om die evangelische aansporing tot realisme en eerlijkheid niet alleen te betrekken op de politiek of het grote wereldgebeuren. Ook in ons alledaagse leven, in de omgang met onze directe naasten, met onze familie, met onze collega’s, club of kerk nodigt het evangelie ons uit om onze situatie, ons eigen gedrag, onze eigen houding en onze eigen kwetsuren, realistisch en eerlijk onder ogen te zien. Daarmee begint – hoe pijnlijk soms ook – onze verlossing. De Duitse romanschrijver Andreas Sinakowski drukte dit inzicht ooit als volgt uit: “Geluk kunnen we vinden in de realiteit – en alle vormen van ongeluk, van leed, van tranen, in de afwijzing ervan.”

De evangelist Lukas laat de oude priester Zacharias zeggen na de geboorte van zijn zoon Johannes: “Jij, kleine jongen, profeet van de Allerhoogste zul je worden genoemd. Jij zult gaan voor het aangezicht uit van de Heer om zijn wegen te bereiden, om te doen weten aan zijn volk dat hij bevrijdt door de vergeving van hun zonden.” Wat Zacharias voorzag, wordt vandaag in het evangelie waar. “In het vijftiende jaar van de heerschappij van keizer Tiberius” – enzovoorts, enzovoorts – “geschiedde het woord van God over Johannes, de zoon van Zacharias in de woestijn”, zo hoorden we. Het woord van God overkomt Johannes, het geschiedtaan hem. Door deze typisch bijbelse manier van zeggen maakt de evangelist Lukas duidelijk, dat Johannes de Doper – want over hem hebben we het – een profeet is, niet meer of minder dan de profeten die wij kennen uit de joodse geschriften die wij met een misleidende term Oude Testament noemen. Ook het citaat uit de profetie van Jesaja dat wij in het evangelie hoorden, bevestigt dat Johannes de Doper staat in de lijn van de bijbelse profeten.
Johannes – en ook Jezus na hem – verkondigen als profeet geen nieuwe leer. Nee, zij verkondigen de oude leer – het onderricht van de profeten van Israël – opnieuw en met hernieuwde kracht. Zij zijn om met de profeet Maleachi te spreken – we hoorden het in de eerste lezing – “als het vuur van de smid, als het loog van een wolwasser”. Zij zullen recht spreken, zegt Maleachi, en getuigen tegen religieuze charlatans en vreemdgangers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen. Dat soort zaken achterwege laten, dat is de ‘omkeer’ waartoe Johannes en Jezus na hem ons oproept.

Veelzeggend in het evangelie van vandaag is de plaats waar het woord van God over Johannes geschiedt: “in de woestijn”. We beluisteren daarin een verwijzing naar de geschiedenis van het joodse volk, dat immers veertig jaar door de woestijn trok eer het het Beloofde Land kon binnengaan. De woestijn staat hier voor een plaats van loutering en bekering. De woestijn staat voor de periferie, voor de marge van het bestaan. De huidige bisschop van Rome, die deze week helaas niet alleen gunstig in het nieuws was – laten we bidden dat hij over homoseksualiteit tot een dieper inzicht komt -, paus Franciscus dus zegt over die periferie het volgende: “De werkelijkheid wordt alleen begrepen als gezien vanaf de periferie… Om de werkelijkheid echt te begrijpen, moeten we ons verwijderen van de centrale positie van kalmte en vredigheid en onszelf bewegen in de richting van de perifere gebieden.”
Franciscus, die zelf afkomstig is uit Argentinië – de periferie dus – doelt met die ‘perifere gebieden’ ongetwijfeld op die hoeken van de (wereld)samenleving die geen deel hebben aan de macht, de bewoners van de Derde Wereld. Zelf denk ik hierbij ook, in onze stad, aan de hoek Tweede Walstraat en Mariënburg waar de vrijwilligers van de stichting Straatmensen dak- en thuislozen voorzien van een maaltijd. Ik denk ook aan de Bethelkerk in Den Haag waar nu al zes weken een dienst gaande is om te voorkomen dat het vluchtelingengezin Tamrazyan wordt uitgezet naar Armenië. Om de werkelijkheid te begrijpen moeten wij dus kijken met de ogen van de Derde Wereld, van dak- en thuislozen, van vluchtelingen.

Johannes de Doper vond zijn roeping in de periferie. Daar, in de woestijn, riep hij op tot “een doop van omkeer, tot vergeving van zonden”, zo hoorden we ook. Ik vind dat een moeilijk begrip: ‘vergeving van zonden’. Wat wordt er bedoeld met ‘zonden’? En waarom maakt vergeving van zonden deel uit van de evangelische praktijk van liefde en gerechtigheid? zo vraag ik me af. Ik denk dat we ‘zonden’ hier zouden kunnen verstaan als breuken in het bestaan van de gemeenschap – de grote en kleine gemeenschappen waarvan we deel uitmaken. Zonden zijn breuken tussen mensen. Die breuken zijn er nooit vanzelf gekomen, wijzelf hebben ze veroorzaakt. Vergeving van zonden staat dan voor het weer heel maken van die breuken. Zonder vergeving – het weer heelmaken van breuken – kan een gemeenschap niet bestaan. Zoals ook alleen door vergeving en mildheid jegens jezelf de breuken in je persoonlijke bestaan kunnen worden geheeld. Vergeving – hoe moeilijk die in feite ook kan zijn – schept ruimte voor een nieuw begin, een nieuw begin voor de gemeenschap en voor jezelf. Verlossing, bevrijding, veronderstelt vergeving.

Zo dadelijk breken wij met elkaar het Brood en delen we met elkaar de Beker. Jezus deelt zijn bestaan met ons. In navolging van hem delen ook wij het bestaan met elkaar. Jezus vergeeft ons. Wij vergeven elkaar, wij vergeven onszelf. Daarin begint onze verlossing, hier en nu. Moge het zo zijn.
Amen.