25 februari 2018, 2e veertigdagentijd, ‘Verlaat je spelonk, daal af’ (1 Koningen 19, 9-16 [Van Nieuwpoort], Markus 9,2-10 [Van der Zeyde]).

Jan van Hooydonk, Oecumenisch Citypastoraat, Nijmegen,

25 februari 2018, 2e veertigdagentijd, ‘Verlaat je spelonk, daal af’ (1 Koningen 19, 9-16 [Van Nieuwpoort], Markus 9,2-10 [Van der Zeyde]).

 

Zusters en broeders,

Zie hem daar nu zitten, de grote profeet Elia, weggedoken in een spelonk, een grot, aan de voet van de berg. De profeet is op de vlucht voor zijn tegenstanders, zo vertelt het Eerste Boek van de Koningen. Hij is op de vlucht voor de aanhangers van Baäl, de god van vruchtbaarheid en natuurgeweld. Koningin Izebel die haar volk voorgaat in de dienst aan Baäl, heeft gezworen de profeet te doden. Niet fraai natuurlijk, maar ook wel enigszins begrijpelijk. Elia heeft namelijk zojuist in de naam van God maar liefst 450 profeten van Baäl ter dood laten brengen. (Dat staat beschreven in het hoofdstuk uit het Eerste Boek van de Koningen dat voorafgaat aan de lezing van vandaag). Elia heeft een staaltje religieuze krachtpatserij laten zien dat een heerser als koningin Izebel natuurlijk niet over haar kant laten gaan. Zij is vastbesloten korte metten met Elia te maken. Hij vlucht daarop de woestijn in, weg uit het Beloofde Land in de richting van Egypte. (Een omgekeerde exodus dus). Daar, in de woestijn, laat onze mannetjesputter de moed geheel zakken. Hij vraagt de Eeuwige zelfs om hem te laten sterven. De Eeuwige gaat echter niet op dit verzoek in. Je hebt als mens een bepaalde opdracht in het leven te vervullen. Die kun je niet zo maar op eigen gezag neerleggen. God staat de profeet – en staat ons – dat niet toe. “Wat, jij hier, Elia!” Met die woorden sommeert de Eeuwige de profeet om zijn spelonk – zijn zelfgekozen, voortijdige graf – te verlaten en naar buiten te komen.
“Ga op de berg staan voor het aangezicht van de Eeuwige”, luidt Gods bevel aan Elia. En zoals eens de Eeuwige zich op de berg Horeb (een andere naam voor die berg is Sinai) openbaarde aan Mozes, zo maakt Hij zich nu aan Elia bekend. Voor het zover is, krijgt de profeet dan een storm over zich heen, een aardbeving en een vuur. Maar, zoals het boek van de Koningen vertelt: “niet in de storm was de Eeuwige, niet in het beven was de Eeuwige, niet in het vuur was de Eeuwige.” In God, zusters en broeders, is geen geweld. Dat moest Elia nog leren, dat moeten ook wij vandaag de dag nog leren. Baäl zal ons niet redden. Kosmische krachten zullen ons niet redden, totalitaire krachten en religieuze krachtpatserij zullen ons al evenmin redden. In dat alles, zo getuigt de traditie van Israël, blijkt God zich niet te openbaren. Ze zijn uiteindelijk niet meer dan een ‘flard vol tumult’.

 

‘Een flard vol tumult’… De Poolse dichteres en winnares van de Nobelprijs voor de literatuur Wislawa Szymborska (1923-2012) had een grondige afkeer van alle totalitaire krachten en hun krachtpatserij. Machthebbers die zeggen ‘make me great again’, machthebbers die menen ‘alles’ te zijn, ‘alles’ te mogen en ‘alles’ te kunnen – ‘alles’ dus, alsof ze God zijn: Wislawa Szymborska spreekt een duidelijk oordeel over zulke krachten uit. Luister maar naar haar gedicht:

Alles –

een schaamteloos woord, opgeblazen van hoogmoed.

Het moet tussen aanhalingstekens staan.

Het doet alsof het niets overslaat,

alsof het bijeenbrengt, omvat en inhoudt en heeft.

Maar intussen is het niet meer dan

een flard vol tumult.

 

Niet in een flard vol tumult, niet in een storm, niet in een aardbeving, niet in een vuur openbaart de God van Israël zich, zo ontdekt Elia, maar in ‘de stem van een ijle stilte’. God openbaart zich niet zomaar in wat wij zien – wat wij zien is namelijk al te vaak zinsbegoocheling en schone schijn. God openbaart zich zelfs niet in de stilte als zodanig, maar als een stem die wij in die stilte kunnen hóren. God openbaart zich wanneer wij alle ándere stemmen – de stemmen van machthebbers, de stemmen van onze idolen, de parolen van succes en eigenmacht – in en rond ons tot zwijgen hebben gebracht. In de stilte die dan ontstaat, kan het zijn dat je zoals Elia een beslissend woord hoort dat je bestaan verheldert, een woord dat je troost, bemoedigt en uitdaagt. Een woord dat richting geeft aan je leven.

Misschien had je dat woord al eerder gehoord, maar was je het vergeten. Dan hoor je vandaag dit woord opnieuw. Ook Elia hoorde het woord opnieuw, hij geeft gehoor aan deze ‘Stem in gebeuren’ en komt in beweging.

Het beslissende woord dat de Eeuwige tot ons spreekt, krijgt in het Nieuwe Testament een menselijke gestalte. De evangelist Markus vertelt ons hoe Jezus drie van zijn leerlingen – Petrus, Jakobus en Johannes – de berg opvoert. ‘Hoger en hoger’ neemt hij hen mee. Jezus wordt dan voor hun ogen van gedaante veranderd. Hij neemt een hemelse gedaante aan en hemelse figuren – Mozes en Elia – voegen zich bij hem. Dát is wat de leerlingen zien. Maar het is een ‘zien soms even’, want, zo vertelt Markus, er komt een wolk en het wordt donker om heen – de leerlingen zien op dat moment dus niets meer, ze kunnen alleen nog maar horen. In de ijle stilte die dan op de berg intreedt, horen zij een stem – weer een stem dus! – uit de wolk klinken. Het is de stem van de Eeuwige die hen – en daarmee ook ons – zegt: “Hij – Jezus – is mijn geliefde zoon, naar hém moet je luisteren.”

Aan deze stem, aan Jezus dus, gehoor geven: wat dat inhoudt,

dringt volgens het evangelie maar moeizaam tot de leerlingen door. Zij willen hun religieuze piekervaring wel langer vasthouden. Petrus doet zelfs de suggestie om enkele loofhutten bouwen om het verblijf op de berg voort te zetten. Ze willen graag met Jezus op berg blijven en delen in zijn heerlijkheid, maar de roeping van de Messias – en daarmee ook hun eigen roeping – is een andere. Dat wordt hen maar moeizaam duidelijk.

Wat zij – en dus ook wij – moeten leren, is om met Jezus weer af te dalen naar de woelige wereld van de mensen. Die wereld vol van mensen die iets van je moeten, hulp van je verwachten misschien, mensen die vragen om een eindje met hen mee te lopen, mensen die vragen om ons mededogen, om onze inzet, om onze politieke actie.
‘Opstaan uit de doden’: dat raadselachtige woord klinkt vandaag ook in het evangelie. Wat dat woord betekent? De leerlingen kwamen er niet uit, zegt Markus. Eerst gaandeweg, met Pasen, zal hen en ons de betekenis van dat woord ten volle duidelijk worden. Maar in ieder geval is ‘opstaan uit de doden’ ook dít, zo vernemen wij vandaag uit de Schrift: uit je spelonk te voorschijn komen, je ‘comfortzone’ verlaten, de stem horen die dan in de stilte klinkt, opstaan om af te dalen naar de wereld van de mensen.
Opstaan reeds tijdens ons leven: niemand kan dat in zijn of haar eentje. Zusters en broeders, laten we dus samen gaan! We hebben elkaar nodig en de Eeuwige gaat met ons mee. Het Brood dat wij zo dadelijk delen, is onze leeftocht onderweg.

Moge het zo zijn.